Zwolle, 4 maart 2008. Door Marielle van Sleen. Vandaag liep ik richting docentenkamer, toen ik ongewild een gesprek tussen een collega en een leerling opving. Hij verlangde van de leerling dat hij iets opraapte, want die jongen had iets op de grond gegooid. De leerling weigerde en mijn collega zei dat hij de les niet meer in kwam. Waarop de jongen cynisch zei, dat het hem niet uitmaakte en dat op deze manier het lokaal wel eens heel leeg kon worden. Met die beloftes gingen ze uit elkaar.
Vorige week fietste ik naar school toen het fietspad geblokkeerd werd door twee rokende meisjes. Ik schatte ze ongeveer vijftien jaar oud. ‘Lekker handig!’ riep ik. ‘Ja, dat vind ik ook!’ beet de brutaalste mij toe. Mijn eerste reactie was verontwaardiging. Hoe durfde ze! Daarna ging er een luikje in mijn hoofd open en daaruit ontstnapte een herinnering. Ik was ook een jaar of vijftien en ik fietste door het winkelcentrum. Een oudere heer vroeg mij af te stappen en ik lachte hem vierkant uit. Wie dacht hij wel niet dat hij was?
Zijn jongeren dus brutaler dan vroeger? Nee, ik denk het niet. Kinderen zoeken grenzen op en zolang ze geen last hebben van consequenties, gaan ze door met grensoverschrijdend gedrag. Het valt me op dat steeds minder mensen bereid zijn consequenties te verbinden aan vervelend gedrag. Ik zie het op scholen waar brutaal gedrag geaccepteerd wordt. Laatst stuurde een leerling een e-mail rond waar de honden geen brood van lusten. Helaas negeerde mijn collega de hatelijke toon en hij ging gewoon inhoudelijk op de e-mail in. Vorige week werd mijn dochter eruit gestuurd vanwege een meningsverschil met haar docent. Jammer genoeg is de reputatie van die docent ook bij zijn collega’s niet zo goed. In plaats van straf kreeg mijn dochter gelijk, terwijl zij in mijn ogen toch een fikse uitbrander had verdiend. Wie zich grensoverschrijdend gedraagt, moet op de blaren zitten.
Niet alleen in het onderwijs zijn we bang om politieagent te spelen. Ook thuis zijn veel kinderen de baas. Ik ken menig gezin waarin de mening van een negenjarige centraal staat. Deze kinderen doen thuis hun uiterste best de grenzen te verkennen, maar helaas ontdekken zij ze maar niet. Hoe gek ze ook doen, de bekende deksel krijgen ze nooit op hun neus. Eigenlijk is dat een vorm van verwaarlozing. Kinderen hebben er recht op hun hoofd te stoten. Net zoals ze recht hebben op liefde, eten, school en een dak boven hun hoofd. Daar worden ze groot van.